WISC-III bij hoge intelligentie?

Waarom wij bij een verwachte hoge intelligentie soms nog kiezen voor de WISC-III-NL

Met de komst van de WISC-V-NL lijkt de eerdere versie WISC-III-NL verouderd. Er is echter een grote kans op onderschatting bij het gebruik van de WISC-V-NL, met name indien er sprake is van een te verwachten hoge intelligentie. Onderstaand geven wij hierop een toelichting. Omdat de WISC-III-NL een geldige normering heeft tot 2023 én omdat de WISC-III-NL een uitstekend instrument is kiezen wij bij een te verwachten hoge intelligentie nog vaak voor de WISC-III-NL als testinstrument. 

Bij het verschijnen van de WISC-V-NL in Nederland heeft de uitgever hiervan direct erkend dat er sprake is van een risico op onderschatting van hoog-intelligente kinderen. Zij hebben dit in de handleiding beschreven. Bij de normering van de WISC-V-NL is een groep van 27 kinderen getest die in eerder onderzoek hoogbegaafd bleken, hun gemiddelde intelligentie was een TIQ van 138.8. Het onderzoek met de WISC-V-NL werd gemiddeld 3,5 jaar later afgenomen en de gemeten gemiddelde intelligentie bij deze groep was hierbij een TIQ van 122.6. Oftewel de gemiddelde intelligentie was maar liefst 16,24 IQ-punten lager. Dat significant lager gemiddelde laat zich niet eenvoudig verklaren.

Er is in Nederland een commissie die psychologisch testmateriaal toetst op hun kwaliteit. Dit is de Cotan, de Commissie Testaangelegenheden Nederland. In hun oordeel over de WISC-V-NL benoemen zij het risico op gebruik van dit instrument bij hoog-intelligente kinderen. Zij wraken dat het normeringsonderzoek is uitgevoerd op heel kleine steekproeven, die niet geheel representatief zijn voor de normeringssteekproef. Hiernaast vinden zij het opmerkelijk dat er geen onderzoek is gedaan naar het voorspellend vermogen van de WISC-V-NL. Hun oordeel is een onvoldoende voor de criteriumvaliditeit van de WISC-V-NL. 

Inmiddels is de WISC-V-NL al enige tijd in gebruik. Vanuit het hele land komt een steeds sterker wordend signaal over het onderschattingsrisico bij gebruik van de WISC-V-NL bij een verwachte hoge intelligentie. GZ-psycholoog Yaron Kaldenbach schreef hierover in zijn nieuwsbrief over intelligentie (nummer 2018.1, te vinden op internet): “Vooral vanuit de sector waarin men met hoogbegaafden (of HB als hypothese) onderzoekt ontvang ik berichten dat men ervaart dat kinderen op de WISC-V lager scoren dan op de WISC-III. Zowel de eerder met de WISC-III gemeten HB’ers als de kinderen uit de normale populatie zouden een TIQ van ongeveer 10 punten lager scoren op de WISC-V. 130+ scores worden nauwelijks meer gevonden.”

Samenvattend:

  • De uitgever van de WISC-V-NL (de ‘verkoper’) geeft een waarschuwing,
  • De commissie die de kwaliteit van de WISC-V-NL toetst geeft een waarschuwing, én
  • De praktijk (organisaties die de test afnemen) geeft een waarschuwing.

Omdat de WISC-III-NL een geldige normering heeft tot 2023 én omdat de WISC-III-NL een uitstekend instrument is kiezen wij bij een te verwachten hoge intelligentie dan ook nog vaak voor de WISC-III-NL als testinstrument.

De Testpsycholoog